gildeschijndel

Gilde Sint Catharina en Barbara

Schijndel

Statuten Gilde kaart

Kaart van HET GILDE Sint Catharina en Barbara 

te Schijndel.

                                  

Dossier: 057737.01.01/FB      Statutenwijziging Vereniging

Heden, zeven januari tweeduizend veertien, verschenen voor mij, Mr. Franciscus Fredericus Jacobus Bloem, hierna te noemen: “notaris”, als waarnemer van Mr. ADRIAAN JULIUS LOUIS FEITSMA, notaris gevestigd te Schijndel:

1. de heer Adrianus Petrus Franciscus Kools, wonende te 5482 CV Schijndel, Lijsterbeslaan 33, geboren te  Breda op drieëntwintig september negentienhonderd vijfenveertig, identiteitskaart nummer IU5L74773, gehuwd;

2. de heer Drs. Leo Maria Telgenkamp, wonende te 5482 PJ Schijndel, Akkermunthof 6, geboren te Hengelo (Overijssel) op veertien juli negentienhonderd tweeënveertig, paspoortnummer NPKFBPJ60, gehuwd.

De comparanten verklaarden:

- dat zij ten deze handelen in hun hoedanigheid van respectievelijk hoofdman (voorzitter) en deken-schrijver (secretaris) van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, genaamd Gilde Broederschap der Sint Catharina en Barbara, gevestigd te Schijndel, aldaar kantoorhoudende aan de Akkermunthof 6 (5482 PJ), ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel Oost-Brabant onder nummer 40216521;

als zodanig deze vereniging rechtens vertegenwoordigend en handelend voor en namens dezelve, hierna te noemen: de vereniging.

De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden:

- dat de vereniging, voor zover thans bekend, is opgericht bij testament van Haywig, echtgenote van Walter van Beeck, in het jaar veertienhonderd en vijftig;

- dat de algemene ledenvergadering der vereniging in haar vergadering van 3 december tweeduizend dertien heeft besloten tot wijziging der kaart (statuten), waarvan blijkt uit de notulen van de betreffende vergadering, die aan deze akte zijn gehecht;

- dat voor een wijziging van de kaart (statuten) de toestemming is vereist van de gemeente Schijndel, welke toestemming is verleend op zeventien oktober tweeduizend dertien blijkens het schrijven van de gemeente Schijndel dat aan deze akte is vastgehecht;

- dat uit gemelde notulen eveneens blijkt dat de voorzitter en secretaris door de vergadering gemachtigd zijn om de gewijzigde kaart (statuten) in een notariële akte vast te leggen en alle daaruit voortvloeiende werkzaamheden te verrichten.

Ter uitvoering van het vorenstaande verklaarden de comparanten, handelend als gemeld, dat de kaart (statuten) wordt gewijzigd als volgt:

Kaart van HET GILDE Sint Catharina en Barbara

te Schijndel.

Naam.

Artikel l.

a. De vereniging is een gilde en zal hierna met gilde worden aangeduid.

b. Het gilde draagt de naam: Gilde Sint Catharina en Barbara.

c. Het gilde is gevestigd in de Gemeente Schijndel voorzover thans bekend sinds veertienhonderd vijftig Anno Domini, blijkens een testament van Haywig, vrouw van Walter van Beeck.

Omschrijving van enige begrippen.

Artikel 2.

In deze statuten wordt verstaan onder:

kaart                : statuten;

overheid          : bestuur;

deken              : bestuurslid;

hoofdman        : voorzitter;

overdeken       : vice-voorzitter;

schrijver           : secretaris;

buideldrager    : penningmeester;

broeder / zuster           : lid;

gilde                : vereniging.

DOEL.

Artikel 3.

Het gilde heeft ten doel de handhaving van de traditionele beginselen van het gildewezen, te weten:

1. de trouw aan het kerkelijk en wereldlijk gezag;
2. de gildegeest in volle omvang en betekenis hoog te houden en tot bloei te brengen;
3. de onderlinge saamhorigheid, de eerbied voor het voorgeslacht en de menselijke waardigheid uit te dragen;
4. waar het in haar vermogen ligt en beantwoordt aan haar doelstellingen, medewerking te verlenen aan het maatschappelijke, kerkelijke en culturele leven in de Schijndelse gemeenschap.

MIDDELEN.

Artikel 4.

Het gilde tracht dit doel te bereiken door:
1. de band tussen haar leden onderling en tussen het gilde en andere gilden te bevorderen;
2. het leggen van contacten en het samenwerken met de geestelijke en wereldlijke overheid en haar organen;
3. het beoefenen van de traditionele gildeactiviteiten zoals onder andere het (wip)schieten, vendelen, trommelen, bazuinblazen en jeu de boules.
4. het houden van vergaderingen, tentoonstellingen, wedstrijden en andere bijeenkomsten, alsmede het houden van en deelnemen aan kring- en gildefeesten;
5. al hetgeen, dat op het gildewezen betrekking heeft, in studie nemen;
6. het aanleggen en bijhouden van een documentair gildearchief en website
7. alle andere wettige middelen, welke dienstig kunnen zijn tot het bereiken van haar doelstellingen.

DUUR, VERENIGINGS- EN BOEKJAAR.

Artikel 5.

Het gilde was en is ingesteld ten eeuwigen dage.

Artikel 6.

Het verenigingsjaar en het boekjaar lopen van één januari tot en met éénendertig december, gelijk met het kalenderjaar.

LIDMAATSCHAP

Artikel 7.
Het gilde kent leden, gildepartners, aspirant-leden, rustende leden, ereleden, functionarissen, gildeverwanten, zilverdames en zilverheren, beschermheer, beschermvrouwe.
1. Leden zijn zij, die als zodanig zijn toegelaten. Leden worden ook wel "Gildebroeders" of “Gildezusters” genoemd.
Lid kan worden ieder, die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, christen en van onbesproken gedrag is. Uitsluitend leden hebben stemrecht in de algemene ledenvergadering.
2. Aspirant-lid, is hij/zij, die als zodanig tot het gilde wordt toegelaten.

Artikel 8.

1. Over de toelating tot het lidmaatschap beslist de algemene ledenvergadering met een meerderheid van tenminste zestig ten honderd van het aantal uitgebrachte geldige stemmen, na een daartoe verstrekt voorstel, uitgegaan van de overheid.

2. Over de toelating van aspirant-leden, die als zodanig geen lid van het gilde zijn, beslist de overheid, dat onder goedkeuring van de algemene ledenvergadering, de rechten en verplichtingen van de aspirant-leden jegens het gilde vaststelt.

3. Het huishoudelijk reglement regelt het lidmaatschap en toelating nader.

Artikel 9.

De overheid is bevoegd een lid te schorsen voor een periode van ten hoogste een maand, ingeval het lid bij herhaling in strijd handelt met zijn lidmaatschaps verplichtingen of door handelingen of gedragingen het belang van het gilde in ernstige mate heeft geschaad. Gedurende de periode dat een lid is geschorst, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet worden uitgeoefend.

Artikel 10.

lid 1. Het lidmaatschap eindigt:

a. Door overlijden                   

b. Door opzegging                   

c. Door opzegging namens het gilde.

d. Door ontzetting.

lid 2. Een lid kan het lidmaatschap slechts opzeggen tegen het einde van een verenigingsjaar. Het lid zegt schriftelijk op voor de eerste november bij de schrijver.

De schrijver is verplicht de opzegging binnen acht dagen schriftelijk te bevestigen.

Indien een lid niet tijdig opzegt, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar, tenzij de overheid anders besluit of het niet redelijk is het lidmaatschap te laten voortduren.

lid 3. De overheid zegt het lidmaatschap namens de vereniging op tegen het einde van het lopende verenigingsjaar met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste vier weken, wanneer het lid na daartoe bij herhaling schriftelijk te zijn aangemaand, op de eerste april niet ten volle aan zijn/haar geldelijke verplichtingen jegens het gilde heeft voldaan, alsmede wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten welke de kaart ter enige tijd voor het lidmaatschap stelt.

De overheid kan bij de opzegging bepalen dat het lidmaatschap onmiddellijk eindigt, wanneer het niet redelijk is het lidmaatschap onder de gegeven omstandigheden te laten voortduren.

De opzegging geschiedt steeds schriftelijk met opgave van redenen.

lid 4. De overheid ontzet een lid uit zijn/haar lidmaatschap alleen, wanneer het lid in strijd met de kaart, reglementen of besluiten van het gilde handelt of het gilde op onredelijke wijze benadeelt, schriftelijk en met opgave van redenen.

Het lid kan binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving der ontzetting schriftelijk in beroep gaan bij de Algemene Vergadering. Gedurende de beroepstermijn is het lid geschorst.

De Algemene Vergadering besluit tot ontzetting met een meerderheid van tenminste zestig ten honderd van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.

lid 5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar, ongeacht de reden of oorzaak, eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd, tenzij de overheid anders besluit.

lid 6. In afwijking van het bepaalde in lid 2 van dit artikel kan een lid zijn/haar lidmaatschap onmiddellijk opzeggen binnen een maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard, aan een lid bekend is geworden of medegedeeld, tenzij het betreft een wijziging van de geldelijke rechten en verplichtingen.

GELDMIDDELEN.

Artikel 11.

lid 1. De geldmiddelen van het gilde bestaan uit de contributies van de leden, entreegelden, eventuele verkrijgingen ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen en tenslotte uit eventuele andere toevallige baten.

lid 2. Ieder lid betaalt een contributie die de Algemene Vergadering jaarlijks tijdens de jaarvergadering vast stelt.

lid 3. De Algemene Vergadering bepaalt het entreegeld.

DE OVERHEID.

Artikel. 12.

lid 1. De Algemene Vergadering benoemt tenminste drie dekens.

lid 2. De dekens tezamen zijn de overheid.

lid 3. De dekens maken een voordracht voor de functie van hoofdman.

De Algemene Vergadering benoemt de hoofdman na de voordracht der dekens uit of buiten dien voordracht. Indien buiten dien voordracht, dan is een meerderheid van tenminste zestig ten honderd der leden, voor tenminste zestig ten honderd in de Algemene Vergadering aanwezig, nodig.

lid 4. De overheid benoemt uit haar midden de overdeken, de schrijver en de buideldrager.

lid 5. De koning en keizer, landjonker en landheer zijn niet gekozen als deken en maken derhalve geen deel uit van de overheid, wel worden zij als adviseur aan de overheid toegevoegd zonder stemrecht.

Deze functies worden nader geregeld in het huishoudelijk reglement.

lid 6. De Algemene Vergadering kan een deken schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van ten minste zestig ten honderd der geldig uitgebrachte stemmen.

lid 7. De dekens en de hoofdman zijn bevoegd te allen tijde zelf schriftelijk hun ontslag te nemen, met een opzeggingstermijn van ten minste drie maanden

lid 8. Het huishoudelijk reglement regelt de overheid, haar taak en bevoegdheden alsmede de zittingsperiode van hoofdman en dekens nader met inachtneming van deze kaart.

Artikel 13.

lid 1. De overheid bestuurt het gilde.

lid 2. Alle dekens gezamenlijk, dan wel de hoofdman en de schrijver, die bij ontstentenis respectievelijk vervangen worden door de overdeken en de buideldrager, vertegenwoordigen het gilde in en buiten rechte.

lid 3. De buideldrager is alleen bevoegd tot het beschikken over bank- en girosaldi, tot een door de Algemene Vergadering te bepalen maximum.

lid 4. Voor het aangaan van geldleningen, als mede voor het kopen, vervreemden, bezwaren, huren of verhuren van onroerende goederen, voor overeenkomsten waarbij het gilde zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheid stelling voor de schuld van een derde verbindt, behoeft de overheid de goedkeuring van de Algemene Vergadering.

ALGEMENE VERGADERINGEN.

Artikel 14.

lid 1. Op Maria Lichtmis (2 februari) van ieder jaar wordt een Algemene Vergadering, zijnde de jaarvergadering, gehouden.

lid 2. De overheid brengt in deze jaarvergadering haar jaarverslag uit en doet rekening en verantwoording van zijn in het afgelopen verenigingsjaar gevoerd bestuur.

lid 3. De jaarvergadering benoemt een commissie van drie leden, niet zijnde deken, die de rekening en verantwoording van het lopende verenigingsjaar onderzoekt. De commissie brengt op de eerst volgende jaarvergadering verslag van haar bevindingen uit, waarmee de taak van de commissie eindigt. De commissie kan zich door een deskundige doen bijstaan

lid 4. De overheid is verplicht aan deze commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden van het gilde te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van het gilde te geven.

lid 5. Goedkeuring door de Algemene Vergadering van het jaarverslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge.

lid 6. Indien de algemene vergadering de goedkeuring van de rekening en verantwoording weigert, benoemt de Algemene Vergadering een andere commissie bestaande uit tenminste drie leden, welke een nieuw onderzoek doet van de rekening en verantwoording. Deze commissie heeft dezelfde bevoegdheden als de eerder genoemde commissie. Binnen een maand na de benoeming brengt zij aan de Algemene Vergadering verslag uit van haar bevindingen. Indien de Algemene Vergadering ook dan de goedkeuring  weigert, dan neemt de Algemene Vergadering al die maatregelen welke door haar in belang van het gilde nodig geacht worden

Artikel 15.

lid 1. De overheid roept de Algemene Vergadering bijeen met in achtneming van een termijn van tenminste zeven dagen.

lid 2. Behalve de in artikel 14 bedoelde jaarvergadering zullen de algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls de overheid zulks wenselijk acht, alsmede zo dikwijls zulks schriftelijk, met opgave van de te behandelen onderwerpen, door tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een vijfde gedeelte der stemmen in de algemene vergadering, indien daarin alle leden tegenwoordig zijn, wordt verzocht.

lid 3. Na ontvangst van een verzoek als in lid 2 van dit artikel bedoeld is de overheid verplicht tot bijeenroeping ener algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek tot bijeenroeping binnen veertien dagen nadat dit door de overheid werd ontvangen, geen gevolg wordt gegeven, zullen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping kunnen overgaan op de wijze waarop de overheid de algemene vergadering bijeenroept.

Artikel 16.

lid 1. Alle leden hebben toegang tot de algemene vergadering en hebben daar ieder één stem. Een lid is niet gemachtigd een ander lid of derde te machtigen tot het doen uitbrengen van zijn stem.

lid 2. Een lid heeft ook stemrecht over zaken die hem / haar, zijn echtgenoot of een van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn betreffen.

lid 3. Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk. Het aannemen van voorstellen bij acclamatie is mogelijk mits dit geschiedt op voorstel van de hoofdman.

lid 4. Over alle voorstellen betreffende zaken wordt beslist bij volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen, voorzover de kaart niet anders bepaalt. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

lid 5. Bij stemming over personen is hij/zij gekozen, die de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd, voorzover deze kaart niet anders bepaalt. Indien niemand die meerderheid heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het grootste aantal der uitgebrachte stemmen hebben verkregen, en is hij/zij gekozen, die bij die tweede stemming de meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.

lid 6. Onder stemmen worden in dit artikel verstaan geldig uitgebrachte stemmen, zodat niet in aanmerking komen blanco en met de naam van het stemmende lid ondertekende stemmen.

lid 7. Een ter vergadering door de hoofdman uitgesproken oordeel dat een besluit is genomen, is beslissend. Indien echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan wordt betwist, vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt.

Artikel 17.

lid 1. De hoofdman of bij diens ontstentenis de overdeken, dan wel een andere deken, leidt de Algemene Vergadering en de vergaderingen van de overheid.

lid 2. De schrijver maakt notulen van de vergaderingen welke de goedkeuring van het desbetreffende gilde orgaan behoeven en welke blijkt uit de medeondertekening door degene die de vergadering heeft geleid.

KAARTWIJZIGING.

Artikel 18.

lid 1. Wijziging van de kaart kan slechts plaats hebben na een besluit van de Algemene Vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat daar een wijziging van de kaart zal worden voorgesteld. De termijn voor de oproeping tot een zodanige vergadering moet tenminste veertien dagen bedragen.

lid 2. Zij, die de oproeping tot de Algemene Vergadering ter behandeling van een voorstel tot kaartwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de dag der vergadering een afschrift van het voorstel, waarin de voorgestelde wijziging(en) woordelijk is (zijn) opgenomen, aan de leden ter hand stellen.

lid 3. Tot wijziging van de kaart kan slechts worden besloten door een Algemene Vergadering waar tenminste twee derde van het totaal aantal leden van het gilde aanwezig is, met een meerderheid van tenminste zestig ten honderd van het aantal uitgebrachte stemmen

Artikel 19.

Het in artikel 18 bepaalde is niet van toepassing indien ter Algemene Vergadering alle leden aanwezig zijn en het besluit tot kaartwijziging met algemene stemmen wordt genomen.

Artikel 20.

lid 1. De kaartwijziging treedt niet in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.

lid 2. De dekens zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging(en) en de gewijzigde kaart neder te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel binnen welk gebied het gilde gevestigd is.

ONTBINDING EN VEREFFENING.

Artikel 21.

lid 1. Tot ontbinding van het gilde kan slechts worden besloten door de Algemene Vergadering met tenminste zestig ten honderd van het aantal geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste vijf en zeventig ten honderd van de leden aanwezig zijn.

lid 2. Bij gebreke van het quorum ten tijde van de vergadering in lid 1 dezes bedoeld, kan ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige leden tot ontbinding worden besloten op een volgende, ten minste acht dagen doch uiterlijk dertig dagen na de eerste te houden vergadering, met een meerderheid van zestig ten honderd van het aantal uitgebrachte stemmen.

lid 3. Bij de oproeping tot de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde vergaderingen moet worden medegedeeld dat ter vergadering zal worden voorgesteld het gilde te ontbinden. De termijn voor oproeping tot zodanige vergaderingen moet tenminste veertien dagen bedragen.

lid 4. Indien bij een besluit tot ontbinding te dien aanzien geen vereffenaars zijn aangewezen geschiedt de vereffening door de overheid.

Artikel 22

lid 1. Na ontbinding van het gilde zullen de overblijvende bezittingen bij notariële akte, door de vereffenaars moeten worden overgedragen aan de gemeente waarin het gilde gevestigd is om deze goederen, zo mogelijk  in overleg met de vereffenaars en de gemeente, een bestemming te geven, waardoor die bezittingen in en voor de oorspronkelijke en lokale gemeenschap van Schijndel bewaard blijven en waarbij die bezittingen voor bezichtiging en gebruik ten nutte van die gemeenschap toegankelijk blijven. De gemeente bepaalt op welke wijze bezichtiging en gebruik ten nutte van de gemeenschap kan plaatsvinden.

lid 2. Andere verbruikbare zaken, zoals geldmiddelen, worden overgedragen aan bedoelde gemeente.

De overgedragen verbruikbare zaken, zoals geldmiddelen, worden door de gemeente ingezet ten behoeve van het in stand houden, opslaan en bewaren en zo nodig verzekeren van de in bruikleen overgedragen bezittingen van het gilde.

lid 3. De gemeente verplicht zich de overgedragen bezittingen op afdoende wijze te bewaren, te verzekeren en zo nodig te herstellen. Deze verplichting geldt echter niet wanneer de kosten voor het bewaren, verzekeren en/of herstellen van een goed, niet langer in verhouding staan tot de (historische) waarde van het goed.

lid 4. De bezittingen en geldmiddelen worden in bruikleen afgestaan onder voorwaarde dat bij heroprichting de in bruikleen afgestane goederen en resterende geldmiddelen wederom teruggegeven worden, inclusief de daarop ontvangen rente.

lid 5. Heroprichting van het gilde kan slechts geschieden door oud leden, die nog lid waren tijdens de ontbinding of afstammelingen daarvan.
lid 6. Indien het ledental van het gilde drie opeenvolgende gehele gildejaren blijft beneden de vijf, dan zullen de leden verplicht zijn te handelen met de bezittingen van het gilde, als de vereffenaars bij ontbinding van het gilde.
lid 7. Na ontbinding blijft het gilde voortbestaan voorzover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de kaart en reglementen voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van het gilde uitgaan, moeten aan zijn naam worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

Artikel 23.

lid 1. De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels geven omtrent het lidmaatschap, de intrede en toelating, het bedrag der contributies en betaling, entreegelden, de werkzaamheden van de overheid, de vergaderingen, de wijze van uitoefening van het stemrecht, het beheer en gebruik van de gilde gebouwen en alle verdere onderwerpen, waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.

lid 2. Wijziging van het huishoudelijk reglement kan geschieden bij besluit van de Algemene Vergadering

indien dit schriftelijk wordt verzocht door ten minste dertig ten honderd van de leden van het gilde.

lid 3. Het huishoudelijk reglement zal geen bepalingen mogen bevatten die afwijken van of die in strijd zijn met de bepalingen van de wet of van de kaart, tenzij de afwijking door de wet of de kaart wordt toegestaan.

Slotbepaling.

Artikel 24.
In alle gevallen, waarin noch deze statuten, noch het huishoudelijk reglement, noch de
wet voorzien, beslist de overheid.
De comparanten zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparanten /partijen is door mij, notaris, aan de hand van de hiervoor gemelde en daartoe bestemde documenten vastgesteld.

WAARVAN AKTE in minuut is verleden te Schijndel op de datum in het hoofd dezer akte vermeld. Nadat de zakelijke inhoud van deze akte door mij, notaris, aan de comparanten is opgegeven en toegelicht, hebben dezen eenparig verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.

Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.

A.Kools; L.Telgenkamp; F.Bloem.                               

VOOR AFSCHRIFT

Kaart van HET Gilde Sint Catharina en Barbara 

te Schijndel anno 2014